De queeste van de Argonaut

Negen kunstenaars hebben een ieder een scène uit het mythologische verhaal van Jason en de Argonauten verbeeld.  Het verhaal over de zoektocht van Jason en de Argonauten naar het Gulden Vlies. 


Voor het nieuwe onderkomen van Kamerbeek Groep, een landelijk opererende financiële dienstverlener, hebben we eind jaren '90 van de twintigste eeuw, op initiatief van het echtpaar Kamerbeek, negen kunstenaars benaderd om de verschillende scènes uit het Grieks Epos over de Argonaut te schilderen.

Dit onderwerp kwam voort uit het ontwerp van het nieuwe kantoorpand in Amersfoort, dat vanwege de gelijkenis met een zeeschip de Argonaut genoemd werd, naar het mythische Griekse schip.

De kunstwerken kwamen te hangen op strategische plaatsen in het nieuwe gebouw.

 

Deze collectie die nu onderdeel uitmaakt van de collectie Kamerbeek uitmaken, is onlangs in bruikleen gegeven aan Museum Flehite in Amersfoort .

 

 

Scène 1 door Peter Hartwig:"De offering"

 

 

Het verhaal:

Nephele stuurde aan Phrixus en Helle een ram met een gulden vlies die de twee kinderen heelhuids naar Colchis, een verre landstreek aan de Zwarte Zee, zou brengen, mits zij niet naar beneden zouden kijken. Toen de ram met de kinderen op zijn gouden rug de lucht in steeg, wierp Helle een blik naar beneden. Zij viel in de zee, die sindsdien de Zee van Helle wordt genoemd. Phrixus bereikte Colchis, waar hij gastvrij onthaald werd door Aietes, de koning van het land. Na zijn veilige overtocht offerde hij de ram aan Zeus.
Aietes liet in een donker bos het gouden vlies door een bontgespikkelde draak bewaken, omdat het heil van het land afhing van het bezit van het vlies.

---

Athamas verdreef uit verdriet van het verlies van zijn kinderen zijn vrouw Ino en hun zoontje Melicertes. Twee van Athemas’ broers, Cretheus en Salmoneus,  leefde in Thessalië. De derde broer Sisyphus woonde in Corinthe. Salmoneus had een dochter, Tyro, die trouwde met haar oom Cretheus. Cretheus en Tyro leefden gelukkig in Iolcos en kregen een zoon Aeson, die de heersersmacht na Cretheus’ dood zou krijgen. Tyro trok de aandacht van Poseidon, die haar voor zichzelf wilde hebben en haar aan de ogen der mensen en goden ontrok. Na enige tijd kregen Tyro twee zonen van de onzichtbare god Poseidon; Pelias en Neleus. Nu waren er drie zonen in het koningspaleis. Dat waren er twee te veel. Aeson nam het bewind van zijn vader Cretheus over toen deze stierf. Toen Aeson en zijn vrouw Philyra een zoon kregen, Iason, zag Pelias zijn kansen om de koninklijke macht naar hem en zijn zonen te trekken, verloren. “ Wil ik op de macht nog een kans hebben,” berekende Pelias, “dan moet ik nu het gezin verdrijven”. Aeson’s gezin liet zich met kleine Iason verdrijven door Pelias en Aeson, Philyra kwamen om in ballingschap. Pelias verwachtte dat Iason ook zou omkomen.
Pelias was intussen ene oude man geworden en wist niet, dat de zoon van zijn broer indertijd was gered. Nu leefde hij in angst vanwege een duistere orakelspreuk, die hem gewaarschuwd had voor een Aeolide die zou komen met één sandaal. Hij had gesproken: ‘Hoed u voor een man, die met slechts een schoen aan tot u komt, want hij zal u het koninkrijk ontnemen.’ Tevergeefs brak Pelias zich het hoofd over de onverklaarbare betekenis van deze godspraak.

 

 

Scène 2 door Nico Heilijgers: "De ontmoeting"

 

 

Op een dag wordt Iolcos opgeschrikt door de komst van een stralende vreemdeling.  Zijn lange haren golven op en neer op zijn schouders en heerlijk schoon zijn zijn leden, zodat de burgers beangst zich afvragen of hij niet Apollos of Ares is. Ter begroeting van zulk een vreemdeling rijdt ook Pelias uit, maar als hij de blonde, stralende held zag treft hem een felle schrik, want slechts de rechtervoet is geschoeid met een sandaal. Het is Iason, koning’s neef; hij is tot een man opgegroeid en heeft zich opgemaakt om zijn recht op de troon zijns vaders te laten gelden; op zijn tocht is een van zijn schoenen in de modder van een beek blijven steken. Wanneer de held zich als zijn neef Iason voorstelt, weet Pelias dat hier de Aeolide met de ene sandaal, van wie het Orakel gesproken heft, voor hem staat.
Pelias laat niets van zijn schrik merken en bedenkt een plan om Iason zo snel mogelijk van de plaats weg te voeren. Pelias doet Iason het voorstel om Iason koning te laten zijn en zelf de kudden en landerijen te houden en de daaruit voortvloeiende rijkdom. Het enige dat hij Iason vraagt als kleine gunst is dat deze, omdat hij jong en sterk is en hij zelf oud en krachteloos, uit Colchis het Gulden Vlies haalt, daar de schim van zijn neef Phrixus hem voortdurend daartoe in de droom aanspoort. Iason loopt in de val, misschien wel omdat hij erin wilt lopen en het grote avontuur hem meer lokt dan de kalme rust van het regeren.

 

 

Scène 3 door Rolf Weijburg: "Het vertrek"

 

 

Argos en Athene bouwen een schitterend schip voor Jason en alle helden in Griekenland, die wel eens wat van de wereld willen zien. Onder de Argo-schippers begeven zich beroemde namen: Zetes en Kalaïs, de gevleugelde zonen van de wind, de geweldige Herakles en Peleus, de vader van Achileus, de scherpziende Lynkeus en Telamoon, de vader van Aias Argos schildert een groot oog op het vaartuig en het wordt het “Argo” genoemd – het Snelle.

Het is licht en pijlsnel, en bovendien draagt het de fraaiste versieringen.
Eindelijk breekt de grote dag aan dat de leider Jason de plecht beklimt met de gouden mengschaal in de hand en de goden vraagt om een voorspoedige reis. Uit de wolken klinken hem als antwoord des donders goedgunstige klank.

Fel lichten de bliksem in scheuren door het zwerk. De Argo verlaat de haven met de argonauten in best humeur aan boord en aan de wal staat de eveneens blije Pelias de uittocht aan te zien, zeer gerust op afloop.

Die zal anders uitpakken dan hij op dat moment denkt.

 

 

Scène 4 door Piet van der Boog: "De tocht; Lemnos"

 

 

< Lemnos is een eiland in het noorden van de Ageische Zee. Vulkanische verschijnselen karakteriseren het eiland.>

 

Het eerste deel van de tocht lijkt een pleziervaart. De Argo zeilt rustig op de klare, tintelende golven van de Ageïsche Zee. Het aankomen op een Grieks eiland is altijd een verrassing en van bijzondere bekoring, maar wie beschrijft de vreugde van de helden wanneer zij op Lemnos aankomend het eiland alleen bewoond vinden door vrouwen, die de helden een allerhartelijkst welkom bereiden. Wat zij niet weten is dat de inwoonsters hun mannen kort daarvoor hebben doodgeslagen om zelf de heerschappij te voeren. Daar zij echter al gauw de grenzen van haar vrouwelijk kunnen hebben moeten inzien, trachten zij de Argonauten te bewegen op het eiland te blijven. Maar Herakles haalt de vrienden, zij het met grote moeite, over om Lemnos weer te verlaten. Heel wat kroost blijft achter.

 

 

Scène 5  door Douwe Elias; "De tocht; Thracië"

 

 

< Thracie is een klein eiland aan de Frygische kust. Het gebied ligt ten westen van Macedonie, in het noorden begrenst door het Balkangebied. De in vele stammen verdeelde bevolking gold als onbeschaafd, oorlogszuchtig en onmatig in drankgebruik. De kuststrook werd door Grieken gekoloniseerd.>

 

Na de tussenstop van een jaar op het eiland Lemnos, varen de Argonauten verder naar Thracië. Zij raken daar bevriend met koning Cyzikus en de Dolionen. Gastvrij schenkt de jonge koning de zeevaarders alles, wat zij behoeven; wijn, brood en slachtvee. De reuzen van het eiland, die van de aankomst van de vreemdelingen gehoord hebben, doen een inval in het gebied der Dolionen en trachten de haven, waarin de Argo ligt, met geweldige rotsblokken te versperren. Er ontstaat een woeste strijd, die de reuzen uiteindelijk doet vluchten. Iason dringt op een onmiddelijke voortzetting van de reis aan. Als goede vrienden scheiden de Argonauten van Cyzikos en de Dolionen, maar in de nacht brengt een storm hen weer terug. De Dolionen, die in het duister hen niet herkennen, beginnen hen aan te vallen. De Argonauten, die het strand niet herkennen verdedigen zich. Een hevig gevecht ontstaat waarin koning Cyzikus sneuvelt. Pas tegen het aanbreken van de dag ontdekken beide partijen hun noodlottige vergissing en met grote droefheid begraven ze de koning.
De Argonauten varen verder naar Kios.

 

 Scène 6 door Marianne Aartsen; "De tocht; Kios"

 

 

< Kios is een stadje aan de kust van Mysia aan het hoofd van de golf van de Propontis en aan de voet van Mt. Arganthonios.>

 

Eenmaal aangekomen in Kios gaat Heracles hout zoeken en vertrekt zijn vriend Hylas om bij een heldere bron water te halen. Na lang zoeken, komt hij bij een bron met badende najaden, de nimfen van bronnen en rivieren.

De nimfen gaan helemaal op in een dans om Artemis te eren.
Eén van de water nimfen is de groep ontsnapt en zwemt naar de oppervlakte. Daar ziet ze Hylas. Ze is overweldigd door zijn schoonheid. Op het moment dat hij met zijn kruik het water uit de bron wilt halen, slaat ze haar linkerarm om zijn nek in een hevig verlangen hem te kussen. Ze trekt hem het water in en dat is het laatste wat van Hylas vernomen is.
Van alle Argonauten hoort slechts Polyphemos de schreeuw van Hylas wanneer hij onder water wordt getrokken. Hij zoekt en roept Hylas, maar zonder resultaat. Het slechte nieuws vertelt hij aan Heracles. Heracles start in paniek een lange zoektocht naar zijn beste vriend. Als gevolg komt Herakles later dan de afvaart van het schip is bepaald, terug. Wanneer de zeegod Glaukos de Argonauten aankondigt dat Herakles volgens de wil der goden voor een ander lot bestemd is, moeten zij zonder hun beproefde vriend de reis voortzetten.

 

 

De tocht zette zich voort naar Salmydessos, waar de blinde koning Phineus regeerde. Deze werd geplaagd door de gevleugelde Harpijen, die hem het eten uit de hand rukten en zijn voedsel bevuilden. De zonen van een van de argonauten hielpen de koning en de blinde man dankten hen door ze te vertellen hoe zij het gevaar van de Symplegaden konden ontgaan. Om in Colchis te komen, zou de Argo twee bewegende rotsen moeten passeren. Zonder ophouden botsen zij tegen elkaar aan met donderend geweld en wijken weer en slaan weer dicht. Echter zo snel, dat het geen enkel schip ooit gelukt was er door te komen. Koning Phineus raadde Iason aan om een duif, de snelste der vogels, door de nauwe doorgang te zenden en als zij er ongedeerd doorkomt, dan zouden de argonauten het ook kunnen proberen.

 

 

Scène 7 door Klaas Werumeus Buning; "De tocht; de Symplegaden" 

 

 

<Symplegaden: twee klippen bij de ingang van de Zwart Zee die steeds tegen elkaar slaan.>

 

Al van verre klinkt over de golven een dreigend bruisen en kraken, door het opeenstoten van het rotsachtige eilandenpaar veroorzaakt. Als de helden dichtbij komen, laat één van hen op Iason’s verzoek een duif vliegen. Onbevreesd schiet het dier de nauwe pas in.
Met razende snelheid naderen de rotsen elkaar, stoten tezamen en rukken de duif de staartveren uit. Zodra de wanden uiteen gaan, werpen alle mannen zich met volle kracht op de riemen en laten zich met volle kracht door de stroom meesleuren. Een geweldige golf heft het schip in de hoogte, doch eer zij de gehele lengte doorgevaren zijn, komen de dreigende rotswanden weer bijeen. Dan helpt de godin Athene haar beschermelingen, die benard waren tot in de hoogste nood; zij geeft de Argo een duw, zodat het schip gelukkig aan het gevaar ontkomt. Slechts de laatste planken van de achtersteven worden door de rotswanden geraakt. De Argo is het eerste schip, waaraan het gelukt is om met goed gevolg tussen de rotswanden door te varen. Sinds die tijd is de toverkracht der Symplegaden uitgewerkt en kan ieder schip er ongehinderd doorheen komen.

 

 

Colchis is in zicht nadat de eerste gevaren overwonnen zijn.

Door koning Aietes worden de Argonauten welkom geheten. Aietes heeft een dochter, Medea. Slechts enkele plotselinge en hevige driftbuien hebben haar fel en vurig temperament verraden. Zij is zichzelf nauwelijks bewust van de krachten, die in haar sluimeren en het is Jason, op wie zij verliefd is, die ze aan haar openbaren. Al haar zinnen zijn geboeid door de fiere Griek, maar niemand mag iets merken van haar liefde voor de vreemdeling.
Haar vader Aietes schrikt als hij hoort dat Jason het Gulden Vlies wilt bemachtigen en stelt hem een opdracht die hij moet vervullen alvorens hij het Vlies kan meenemen. Hij zegt:  “Ik zal uw verzoek niet weigeren, maar ik wil tevoren één eis stellen: Ik heb twee vuurspuwende stieren, die Hefaistos zelf uit ijzer heeft gemaakt. Die moet gij voor de ploeg spannen en daarmee, zoals ik te doen gewoon ben, de akker van Ares ploegen. In de voren zult gij het zaad strooien dat ik u geef: Draketanden zult gij zaaien, waaruit ijzeren, met lansen bewapende mannen zullen groeien.” Medea weet dat, hoe sterk Jason ook is, hij dit niet zal kunnen volbrengen omdat het vuur hem zal verzengen.

 

Scène 8 door Pieter Pander; "De krachtproef"

 

 

Zonder aarzelen grijpt Medea haar kans om haar toverkunsten toe te passen. Zij geeft Iason een tovermiddel, dat hem voor één dag onkwetsbaar maakt en hem zo grote kracht verleent, dat hij iedere tegenstander zal overwinnen.
Vol zelfvertrouwen en goede moed komt de held Jason aangeschreden. Als de strijdbare stieren met woest geweld uit hun stenen gewelf komen aanstromen, pakt hij hen onbevreesd aan de horen en dwingt ze beide onder de juk van de ijzeren ploeg. Met schrik ziet Aietes, hoe de vurige adem, die de beesten met heftige steekvlammen uit de mul stieten, de moedige man volkomen ongedeerd liet. De vrienden geven hem de ploeg aan en springen haastig opzij om niet door de gloeiende adem van de stieren geraakt te worden.

Jason drijft het span met lanssteken over de akker. Krachtig drukt hij de ploeg in de aarde, zodat de sterke beesten diepe voren trokken. Als de zon middaghoogte had bereikt, heeft Jason het gehele veld omgeploegd.

Dan maakt hij de uitgeputte dieren los van het juk en laat hen vrij.

Hij neemt de helm met de draketanden, die Aietes hem heeft gegeven.

Hij schrijdt langs de voren van de akker, zaait de tanden naar alle kanten uit en effent de kluiten met zijn speer. Jubelend begroeten de reisgenoten Jasons dappere optreden. Maar hij weet welk een zware taak hem nog te wachten staat...

 

 

Scène 9 door Peter Hartwig; "De ijzeren mannen"

 

 

Wanneer Jason tegen zonsondergang weer naar de akker terugkeert, zijn uit alle voren reeds ijzeren mannen opgeschoten. Het is een zonderlinge aanblik: De hele akker glanst van wapenen. Enkele krijgers zijn al tot de voeten toe uitgegroeid, andere tot aan de knieën of heupen of tot aan schouderhoogte; van enkele ziet men nog slechts de helm of een deel van het hoofd, terwijl de rest van het lichaam nog in de grond steekt. Wie zijn armen al boven de grond heeft, zwaait toornig met zijn wapens of doet uitvallen met het zwaard; zij die echter al vrij op hun voeten staan, maken zich op, om op Iason los te stormen. Dan doet de held, wat de sluwe Medea hem heeft aangeraden:

Hij grijpt een reusachtige steen en slingert die met een geweldige zwaai midden tussen de ijzeren mannen. Er ontstaat onder de aardezonen een wilde strijd om de stenen. Met woeste houwen vallen zij op elkander aan; ook zij die het laatst ontsproten zijn, storten zich onmiddellijk in het strijdgewoel en binnen enkele ogenblikken is het wijde veld overdekt met verslagenen. Het kost Jason dan weinig moeite om zich van de overigen, die hun voeten nog niet uit de aarde hadden losgemaakt, meester te maken. Aietes is geschokt en dat zijn eigen dochter de gehate vreemdeling heeft bijgestaan, bleef hem niet verborgen. Deze gedachte vervult hem met overmatige boosheid.

 

Scène 10 door Thérèse van Gelder;

"De verovering van het Gulden Vlies"

 

 

< het Gulden Vlies is een schapenvel.>

Na de krachtproef met de vuurblazende stieren, maakte Jason zich op tot de gevaarlijke onderneming. Samen met Medea gaat hij in de nacht op zoek naar het gulden vlies. Het vlies is aan de stam van een eik genageld en wordt door een geweldige draak bewaakt, die nooit slaapt. Het monster is onsterfelijk en lijkt daardoor onoverwinnelijk. Hand in hand met haar geliefde gaat Medea onbevreesd op het ondier af. Woedend briest de draak aan en zwaait toornig het met schubben bedekte lijf heen en weer. Medea beheerst de toverkunst en werpt hem twee zoete koeken voor, die zij met een zware slaapdrank heeft laten doortrekken; met vleiende stem roept zij de slaap te hulp en bidt tot de moeder der goden. Met verbazing ziet Jason Medea’s toverkracht aan….de draak slaapt in! Jason kan nu over het geschubde lichaam heen klimmen.

Met blijdschap gaat de held aan het werk. In allerijl maakt hij de spijkers los, waarmee de vacht aan de stam is gehecht, slaat zijn mantel om het kleinood en vlucht met Medea naar het schip terug. Met groot gejuich begroeten de argonauten hun leider en met enorme vreugde bewonderen zij de vacht, dat straalt in de ochtendzon.

 

 



Deze week

aanbiedingen
Val d'elsa
Gemengde Techniek, 60 x 80 cm
Tijdelijk voor € 200,00

Webshop

Schaal met aubergine en paprika