Over de techniek:
De zeef- of doordruktechniek wijkt enigszins af van de andere druktechnieken omdat de afdruk niet door een directe afbeelding van het ene op het andere oppervlak wordt overgebracht, maar via een tussenoppervlak - het zeefraam. De afdruk ontstaat door met een rakel (rubberen blad met handvat) inkt door de zeef te persen. Waar de zeef niet bedekt is, verschijnen lijnen of vlakken. Veel zeefdrukken bestaan uit een groot aantal apart gedrukte kleuren.
Het benodigde gereedschap bestaat uit een zeef (lijst met fijn gaas) en een rakel. Dit is een rubberen blad met handvat waarmee de inkt over het gaas wordt getrokken. Het gaas van de zeef laat een gelijkmatige laag inkt door die terechtkomt op het afdrukpapier onder het zeefraam. Daarnaast wordt met kleine mesjes gewerkt om het ontwerp op het sjabloon te snijden.
Op 20 april 1940 werd Jan Cremer in Enschede geboren.
Jan Cremer heeft zich al vanaf het begin van zijn opleidingen aan de verschillende kunstacademies die hij bezocht, naast de vrije schilder- en beeldhouwkunst gespecialiseerd in de grafische technieken.
Dat schilder en schijver Jan Cremer op vele pekken heeft gewoond, is duidelijk terug te vinden in zijn werken. De vele soorten landschappen waarin hij zich begeeft, weet hij treffend weer te geven.
De Hollandse landschappen die Jan Cremer gedurende de jaren zeventig schilderde dragen veelal de voor ons zo bekende kleuren rood, wit en blauw. De tulp is in deze werken dikwijls een inspiratiebron.
En zoals de tulp Cremers Hollandse landschappen kleurt, zo doet de cipres dat in zijn Toscaanse werken en werken uit de Franse Provence.